In de vuurhaard in de ketel 1 worden vermalen kolen 2 verbrand. Met de biomassa installatie worden biobrandstoffen 3 toegevoegd. Met de hitte wordt water dat door pijpen in de ketel wordt gepompt, omgezet in stoom. De stoom drijft onder hoge druk de turbine 4 aan. Hieraan zit de generator 5. De stroom die de generator opwekt, wordt aan het elektriciteitsnet geleverd. Door de condensor 6 wordt de stoom gekoeld tot het weer water is. Door de condensor wordt koud oppervlaktewater uit de Westerschelde 7 gepompt. Het afgekoelde water wordt opnieuw door de ketel geleid. Verder kent het proces nog tal van milieuinstallaties. De rookgassen passeren eerst de katalysator (DeNOx) 8. Daarna worden de bouwgrondstoffen vliegas en stof afgevangen 9 en passeert de rook een rookgasontzwavelingsinstallatie 10. Hier wordt zwavel uit de rookgassen gehaald en omgezet in gips dat wordt gebruikt in de bouw. Pas dan gaan de gereinigde rookgassen de schoorsteen uit.